No 128
Voor den openbaren notaris Jacob Kolfschoten, in het kanton en residentie Gendringen, kwartier Zutphen, provincie Gelderland en in tegenwoordigheid van de nagenoemde getuigen Compareerden
Jan Hendrik Aalders, landbouwer wonende in de buurtschap Voorst, gemeente Gendringen.
Gerrit Jan Aalders, landbouwer aldaar woonachtig.
Michiel Wolters, meester schoenmaker en zijne huisvrouw Hendrina Aalders, welke hij tot mede aangaan en passeren dezer, addisteerd en autoriseerd te zamen wonende te Ulft.
Bernardus te Boekhorst, bierbrouwer en zijne huisvrouw Catharina Aalders, welke hij tot mede aangaan en passeren dezer adsisteerd en autoriseerd te zamen wonende te Etten.
Wilhelmina Aalders, buiten beroep wonende te Voorst.
Allen in de gemeente Gendringen.
En Wolter van Dillen, kastelein, wonende in het ambt Doetinchem, in hoedanigheid van voogd over den minderjarigen Antoon Aalders.
Zijnde de genoemde Jan Hendrik Aalders, Gerrit Jan Aalders, Hendrina Aalders, Catharina Aalders, Wilhelmina Aalders en de minderjarige Antoon Aalders de engie kinderen en erfgenamen hunner ouders wijlen Tonnij Aalders en Johanna Beekman in leven landbouwers, gewoond hebbende op het goed Goed Deurvorst in de Gemeente Gendringen overleden, van welke relatie de comparanten op eerste rekwisitie van de na genoemde Heer Averbeek aannemen de bewijzen regtens tot effectuering van nagenoemde radiatie voor hem kosteloos te zullen bijbrengen.
En verklaarde die comparanten te vernietigen het regt van hijpotheek gesproten uit de acte op den elfden van grasmaand achttienhonderd negen voor den gerigt der heerlijkheid Gendringen en Etten verleden. Zoo mede uit een andere acte van hijpothicatie op den zeven en twintigsten maart achttienhonderd twintig, ten overstaan van den Notaris Meester Frederik Willem Jacob de Haes en getuigen te Gendringen gepasseerd behoorlijk geregistreerd en dien volgens te Consenteren in het finale roijement der hijpothicui inschrijving genomen ten kantore der hijpotheken te Zutphen op den twintigsten meij achttienhonderd twintig in volume ii, numero 204. Tegen Gerrit Aalders, landbouwer , wonende in de buurtschap Oer , de gemeente Gendringen., tot zeekerheid eener hoofdsom van zeven honderd guldens Nederlandsch speciaal op het zoogenaamde Iedingsgoed, staande en gelegen in de buurtschap Oer , gemeente Gendringen, bestaande in huis en getimmerte en onderhavige gronden , regten en geregtigheden ,zodanig als bij acte van den zeven en twintigsten maart achttienhonderd en twintig, hier boven genoemd , in het brede zijn omschreven en welk Iedingsgoed thans aan den heer Bernard Joseph Averbeek, pannenfabrikant, wonende te Kirchhillen toebehoord, autoriserende dienvolgens de Heer hijpotheek bewaarder te Zutphen gemeld roijement te effectueren.
Waarvan acte.
Gedaan en gepasseerd te Gendringen ten kantore van mij notaris, heden den elfden november achttienhonderd negen en twintig in tegenwoordigheid van de heer Johannes Bernardus van Veen, particulier en Evert te Boekhorst, timmerman beide wonende in de gemeente Gendringen, als getuigen, die met de comparanten en mij notaris, deeze ten protcolle des notaris verblevene minute, na gedane voorlezing geteekend hebben.
Geregistreerd te Terborg, den vijf en twintigsten november

In Naam en vanwege den KONING
De regtbank van eersten aanleg zitting houdende te Zutphen in de provincie Gelderland heeft gegeven volgend vonnis
De Regtbank
Gezien en gelezen het rekwest van de echtelieden Jan Segewis, schoenmaker en Gerritje Aalders wonende te Sillevolde en verdere daarbij vermelde supplianten welk verzoekschrift is van dezen inhoud
Aan den President en de leden van de Regtbank te Zutphen
Mijne Heeren
De echtelieden Jan Segewis, beroep schoenmaker en Gerritje Aalders, wonende te Sillevold, Hendrik Jan Aalders, landbouwer wonende te Oer onder Gendringen , Jan Hendrik Aalders, slijter en sterke dranken, wonende te ? Aleida Veltkamp, weduwe Antoon Aalders, buiten beroep wonende te Oer, zoo voor eigen hoofde als in kwaliteit van moeder en voogd over haar twee minderjarige kinderen met name Theresia en Willem Aalders hebbende tot toeziend voogd Hendrik Jan Aalders voornoemd en Hendrik Aalders, timmerman, wonende te Gendringen, geven met eerbied te kennen .
Dat tot de nalatenschap haar erflaters de echtelieden Hendrik Aalders en Enneken Bruens beiden gewoond hebbende en overleden in de gemeente Gendringen, behoorende de navolgende onroerende goederen : Een huis en erf gelegen in Oer, gemeente Gendringen , met een daaraan gelegen kamp hofgrond en het regt van mede eigendom aan de Ulftsche en Ettensche IJsselweide, een stuk bouwland gelegen aldaar achter in het Oersche Veld aan den hoogenweg , groot een bunder , twee en veertig roeden en tachtig ellen en een dreefken land het Zweersdreefken genaamd mede aldaar gelegen groot veertien roeden en acht en twintig ellen. Dat tot liquidatie scheiding en verdeeling van gemelde nalatenschap de verkooping deezer perceelen allezins noodzakelijk is, weshalve de rekwiranten als verklarende in de termen van de wet van 12 junij 1816 , artikel 263 verkoop authorisatie verzoeken en dat daarover de notariele werkzaamheden mogen worden overgedragen aan den heer J.Kolfschoten , openbaar notaris resideerende te Gendringen.

49. Grolshuis ook Roiskens hofstede met huis no 50 samen 1 huis vormend, ook Grolls-
plaats genoemd ( fout kadaster )
Ulft Schaepmanstraat 2 1900-1915 Oer Huis No 63 Kroezen
1890-1900 Oer Huis No 142 doorgestreept werd 34B (Reg.27,Bld 176)
1880-1890 Oer Huis No 142 Marneth (Reg.22,Bld.135)
1870-1880 Oer Huis No 133 Marneth (Reg.17,Bld.155)
1860-1870 Oer Huis No 127 Marneth (Reg.11,Bld.148) 1850-1860 Oer Huis No 495 Marneth (Reg. 7,Bld.144)
1840-1850 Oer Huis No 495 Marneth (Reg. 4,Bld.136) 1826 Oer Huis No 495 Massop Berend (Reg. 1,Bld.129) 1812 Oer Huis No 138 Hulsener
Berghs Leen
Bij het leengoed behoren rond 1650: 't Ackermahl, den Brummelacker, Talsmaetjen en 't kemtken daer het huys up staet. In totaal 2 Hollandse morgen groot.

Leenmannen:
1417 Gerytkens Biirman. Deze is in 1456 overleden.
1456 Zoon Johann Biirman.
1467 Gerit Tincke
1475 Dochter van Gerit Tincke krijgt dit huis als huwelijksgift als ze op 6 juni trouwt met mr Johan Kock, die ook ten Pade heet en pachter is van het Pesken en waarschijnlijk is Johan Kock ook daadwerkelijk bewoner.
1532 De dochter van mr Johan is Johanna. Haar man Elger Krefft is hulder en woont misschien op het huis.
1535 Daem van den Bergh, bastaard en drost. Hij woont op Diepstegen. Bastaardzoon van de graaf van den Berg met Lyse Poor.
1565 Derick Poir is erfgename van Daem. Zij is gehuwd met Johan Berck en daarna met Johan Bongart.
1570 Johan Bongart is gehuwd met Deriske Poir. Jan Bongerts woont in Emmerik.
Ook de armen (gasthuis) van 's- Heerenberg zijn mede-eigenaar.
In 1574 is Gerrit Zijbarghs bewoner van het huis. Pachter
Daarna zijn de leenmannen bijna steeds identiek met de bewoners.
In 1610 wordt Bernt van Grol, wonende te Gendringen, leenman en bewoner van het huis, dat daarna het Grolshuis wordt genoemd. In 1631 is Bernt van Grol overleden. Kleinzoon Albert van Grol wordt de opvolger omdat zijn vader ook al overleden
is. Zijn volwassen neef Henrick Eggingh is hulder voor de onmondige Albert. In 1643 is Albert volwassen. Frederick van Groll is waarschijnlijk een neef of oom van Albert. Hij wordt ook in 1643 de bewoner. In 1655 wordt Frederik opgevolgd door zijn zoon Arndt. In 1675 is Arndt overleden. Zijn vrouw is Enneke Jansen hertrouwt op 19 september 1675 met Willem Masselink uit Silvolde. Zijn zoon Frederik is dan nog minderjarig en wordt bijgestaan door zijn oom Jacob van Groll. Frederik k is gehuwd met Wesseltje Messing en is in 1709 overleden. Zijn dochter Derikie van Grol is getrouwd met Jan Ruis (Roes). Jan Roes en zijn vrouw wonen waarschijnlijk elders en hebben in 1732 het leengoed overgedragen aan Antonetta van Wevelinckhoven, weduwe van rentmeester Anthoni Speckeslager en eerder weduwe van advocaat fiscaal Otto Henrick Hoevel. De eigenaren zijn dan geen bewoners meer en wonen bijvoorbeeld op de Bijvank bij Beek.
In 1752 is Antonetta Spekkeslager overleden en haar zoon uit het eerste huwelijk : Dr Oswalt Peter Hövel wordt leenvolger, terwijl hij daarvoor al huurder is geweest.
Op 22 mei 1787 wordt Hendrik Hulscher (Hulsender) eigenaar en bewoner. Hij is in 1713 in Etten geboren en op 23 juli 1743 gehuwd met Eva Baars van de Pol. Waarschijnlijk is hij vanaf de huwelijksdatum bewoner van het huis.
Rond 1800 is het leenstelsel afgeschaft.
Zie ook archief Byvank
Zijn zoon Hendrik Hulsender is op 9 november 1804 getrouwd met Jantje Aalders en op 15 december 1812 (68 jaar) gestorven. Zijn weduwe gaat naar Nr als zij trouwt met Hendrik Rijntjes. Berend Massop, kuiper, geboren op 14 november 1788 in de Kroezenhoek is op 19 november 1817 getrouwd met Wesselina te Kaat uit Oer. De kinderen uit dit huwelijk waren : Aleida, geboren op ….Willem, geboren op 1 oktober 1821, Hendrikus, geboren op 22 augustus 1823. Deze familie woont ook op dit adres en hun gezindte is rooms Katholiek.

Jacob Marneth is op 12 december 1796 geboren in Ulft en overleden op 3 oktober 1863, zijn beroep was hij zandvormer. Op 21 augustus 1828 is hij gehuwd met Maria Helena Tangelder. Zij wonen op dit huis wanneer Berend Massop met zijn gezin vertrekt naar Wisch. Jacob is evenals zijn vader plaatvormer op de hut. Bij het huis wordt vormzand gewonnen. Johannes Marneth is geboren op 30 november 1829, hij huwt op 31 mei 1853 met Anna Maria Aalders, die geboren is op 4 juli 1835. Johannes Marneth overleed op 30 maart 1896. In de periode 1850-1860 waren hier als meid en knecht aanwezig : Maria Reintjes, geboren in het jaar 1832 te Gendringen, gezindte : Rk, ongehuwd, werkmeid, gehuwd en vertrokken, Maria Wilbrink, geboren in 1832, zonder beroep, vertrokken mei 1851 naar Ulft, Antjen Aalders, geboren in het jaar 1836,ongehuwd, Rk, meid, ingekomen april 1850 van haar ouders, Johanna Rabelink, geboren in het jaar 1825 te ambt Doetinchem, gezindte : Rk, februari 1853 vertrokken, ingekomen van Wisch, Anna Maria Aalders, geboren in het jaar 1835 in de gem. Gendringen, Rk, ongehuwd, Hendrika Kok, geboren in het jaar 1824 te Gendringen, ongehuwd, Rk, op 1 maart 1855 vertrokken naar 348 of 398, Anna Mullink, geboren in het jaar 1839 te Wezel, ingekomen 1 mei 1855 van huis no 605, oktober 1857 vertrokken naar Anholt Johanna Maria Marneth een dochter geboren op 3 mei 1855. Willemina Reintjes is hier als meid,en Berendina Simon en ook Martin Hipp uit Siebersbach (Dld) van beroep zandvormer op 25 juli 1843 ingekomen van Thomberg in Pruisen en verhuisd naar huis No.418, in de periode 1840 -1850.
Jan Hendrik Knikkink en zijn vrouw Elisabeth Marneth wonen ook in dit huis en vertrekken naar huis No 506 (Oerseweg 14) . Dit echtpaar woont ook in de periode 1840 -1850 op dit huis. Maria Theodora Wilbrink vertrok ook naar huis No.506.
Op 18 februari 1897 verschenen voor Notaris Meijer, standplaats hebbende te Gendringen : Anna Maria Aalders en haar kinderen om de boedel te verdelen, na het overlijden van haar echtgenoot. Johannes Marneth. Het huis en de bijbehorende gronden werden als volgt beschreven:


1) Een huis met IJsselrechte en tuin gelegen in Ulft , en eenige perceelen bouwland aldaar , een en ander bij het kadaster der gemeente Etten bekend in sectie C nummero 395 , 1839 of 1834 , 1840 en 1841 ter gezamelijke grootte van een hectare, zes en zeventig aren , tachtig centiaren.
Ontrent welke perceelen partijen verklaarden dat daarvan geene titels van aankomst of bewijzen van overschrijving bestaan of bij hen bekend zijn terwijl daarvan zij weten nimmer eenige overschrijving ten kantore van hypotheken heeft plaatsgevonden noch daarvan iets beschreven blijkt.
Welk voormeld onroerend goed door de deskundigen en bij voormelden inventaris is geschat op drieduizend tweehonderd gulden.

Timmerman Hermanus Cornelis Kroezen is op 23 juli 1856 geboren in Varsselder. Hij is op 21 juli 1891 getrouwd met Aleida Theodora Gerritsen. Hun eerste vier kinderen worden in Gaanderen geboren, maar vanaf 24 september 1897 woont het gezin in Oer. Een zoon namelijk : Jan Kroezen is timmerman. Hij woont hier met Marie en Doortje. Een neef Theo Robben komt op het huis te wonen. Een dochter van Theo Robben en Annie Geurtsen vestigt zich met haar echtgenoot op dit huis en heeft hier een glas in lood atelier..
Het oude huis in 1932 afgebrand door blikseminslag en werd een nieuw huis gebouwd.
142 Wed J Marneth H Kroes 7

50. Visser (Andere helft Grolshuis)
1850-1860 Oer Huis No 495 wed v.d. Gevel Loverink (Reg.
1898- Oer Huis No 127 (Reg. 27, Bld.246) 1826 Oer Huis No 495 Kolenbrander (Reg. 1,Bld.129)
Lukas Kolenbrander, dagloner, geboren op 25 juni 1764, woont met zijn vrouw Johanna Reytink in het Grolshuis. Hun zoon is Hendrik Kolenbrander geboren op 23 juli 1805 Johanna Reytink overleed op 30 augustus 1827, ze was geboren te Bocholt, als dochter van Wessel Reytink en Hendrina Lensink, ze was bij haar overlijden 62 jaar. Lucas overleed aan de tyfus op 13 mei 1828 die toen heerste in de gemeente Gendringen (Artikel Ganzeveer No 42 van Stef Hermsen) De zoon Hendrik Kolenbrander vertrekt dan naar Wisch.

Wilhelm Fischer is geboren op 22 januari 1851. Hij is gehuwd met Hendrina Maria Jansen die geboren is op 24 februari 1850 in Bergh
Het gezin woont eerst in Duitsland, maar komt in 1883 in Oer te wonen en blijft hier zeker tot 1914 op dit huis wonen.
W Fischer 8

No 31
Voor den openbaren Notaris Jacob Kolfschoten, in het kanton en residentie Gendringen, kwartier Zutphen, provincie Gelderland en in tegenwoordigheid van de nagenoemde mede ondergeteekend getuigen .
Compareerden Theodora Schoenmaker, weduwe van Aalbert Aalders. daglooners, Janna Aalders, Dagloonster, Diena Aalders, Dienstmeid, Geertruid Aalders, Landarbeidster, alle wonende in de gemeente Gendringen en Theodorus Aalders, schutter bij de Mobile Geldersche Schutterij gecantonneerd te Scheidel in Noord Braband,overigens domicilie hebbende in deze gemeente.
Verklarende de eerste Comparante te cederen en in volkomen eigendom over te geven hare helft van alle de vaste en roerende goederen tusschen haar en genoemden haren overledene man Aalbert Aalders gemeenschappelijk bezit is geweest, bestaande het ongereede diens boedels en nalatenschap in het huis sub numero 502 en erf, staande en gelegen in de buurtschap Our, Gemeente Gendringen met het regt van mede eigendom van de Oersche IJssel,naar de Cadastralen legger. sectie C numero 372, groot drie roeden,zeventig ellen met het daaraan gelegen stuk Bouwland zelve sectie numero 372 groot negen zestig roeden en het stukjen bouwland in het Oersche veld gelegen zelve sectie numero 476, ter grootte twee en dertig roeden, zeventig ellen welke vaste goederen zij comparanten verklaarden dat voor Aalbert Aalders en Comparante Theodora Schoenmaker meer dan dertig jaren eigendom rustig en ongestoord bezeten zijn, zonder eenigen titel te bezitten en ook niet te weten of zulk eenen bestaat veel minder nog of die de bestaande zijn overgeschreven en bestaan de gereede goederen, in de steinige meubelen en huisraad, met het levend vee en gewas, doch nadrukkelijk uit te behouden de klederen en lijfstoebehoren der eerst genoemde Comparante met haren Klederkast waarover zij ten behoeve harer drie dochters had gedisponeerd.
En verklaarden de overige comparanten Janna Aalders, Diena Aalders, Geertruid Aalders en Theodorus Aalders te cederen hunne erfregten ieder ad een vijfde gedeelte in de nalatenschap hunnes vaders voornoemden Aalbert Aalders, hun Ab in testato aangekomen bestaande die nalatenschap alleen actief in de helft van de voorschreven vaste en voormelde roerende goederen, zonder schulden of lasten.
Beide dese Cessien aan en ten behoeven der eerste Comparante zoon en den overigen compareerden broeder respectieve Bernardus Aalders, dagloner mede in Oer voormeld woonachtig die alhier mede comparerende de zelve Cessien op en overdragt te accepteren.
De voormelde cessie is geschied ten aanzien der eerste Comparante op den last voor hem Cussionaris zijne erfgenamen en regt verkrijgende om zijne moeder de eerst genoemde Comparante levenslang ten zijner huize te alimenteren van de nodige kost en drank vuur en ligt in van al het nodige naar stand en conditie te voorzien wel in bijzonderheid bij ziekte of ongesteldheid de beste oppassing en medicamenten te bezorgen en na haar overlijden een

fatsoenlijke begrafenis en kerkelijke gerechtigheid te doen wedervaren eindelijk ook alle schulden en lasten zoo die mochten bestaan van haar Cedante te vragen en kwijten om haar Cedante moeder zoo lang zij het verkiezen het geheele bestuur en regering der huishouding te laten om hare overige kinderen zoo lang die ongehuwd, ziek of buiten dienst zijnde de vrijen ingang, huisvesting en verpleging in hun ouderlijk huis te gunnen,alles mont geldelijk.
Op en in het onverhoopte geval van disharmonie tusschen de Comparante Cedante en haren Cessionaris zoon Bernardus Aalders of diens opvolger ,of zijne huisvrouw en zoo dat de Cedante Moeder het huis zijns opvolgers of ook hun Cessionaris zelve ging verlaten aan haar moeder Cedante, wekelijksch Een gulden vijftig cents voorkostgeld uit te betalen,voor welke wekelijksch uitkering het voorschreven vastgoed der Cedante speciaal blijft verbonden en verhypothekeerd,met het regt aan zijde der laatst genoemde om daarop inschrijving te nemen ter concurrentie van tien jaren kostgeld of uitkering.
En door de vier overige comparanten Cedanten in deeze cessie geschied door ieder om en voor de som van Zeventig guldens nederlandsch vrijgeld, waarop ieder die vier Cedanten erkend ontvangen te hebben de som van twintig guldens, terwijl den Cessionaris beloofd en zich verbind om de resterende vijftig guldens aan elk der vier Cedanten, Janna, Diena, Geertruid en Theodorus Aalders te zullen betalen met de negen maanden na het overlijden van hunne moeder die genoemde eerste Comparante in desen.
De Cessionaris zal zijn gecedeerde van dato deze in volkomen eigendom bezitten, verklarende hij al het zelve ten zijnen genoegen aanvaard en overgenomen te hebben, met alle lusten en lasten, regten en geregtigheden aan de vaste goederen verknogt, die de Cedanten mede overgeven onder de gehoudenheid om alle lasten en belastingen er van verschuldigd van stonde af aan te kwijten en te dragen de kosten en regten waartoe deese acte aanleiding geven.
Ter bereekening van het regt van registratie verklaarden partijen de huurwaarde de door eerste Comparante gecedeerde vaste goederen, dus de helft der voorschrevenen te begroten op zestien gulden vijf en zeventig cent per jaar.
Voor de executie deser kiezen Comparanten dominicilie ten kantore van den voornoemden Notaris binnen Gendringen. waarvan acte. Gedaan en gepasseerd ter woonhuize der eerste Comparante in Oer, heden den een en twintigsten februarij des jaars achttienhonderd vier en dertig in tegenwoordigheid van Gradus van Lent, Radmaker en Gerrit Mulleman, Landbouwer beide wonende in Oer voornoemd als getuigen die met de eerste Comparante en den Cedant Theodorus Aalders met mij Notaris deese ten protocolle des Notaris verblevene acte geteekend hebben, verklarende de overige comparanten niet te kunnen noch teekenen alles na gedane voorlezing .
T. Schoenmaker, G. van Lent, Theodorus Aalders, G. Mulleman
Kolfschoten, Notaris

Maak jouw eigen website met JouwWeb