Behalve de heerlijkheden Gendringen en Etten was op het territoir van de latere gemeente Gendringen ook nog sprake van een andere heerlijkheid namelijk die van het huis Ulft.

Gelegen op de rechteroever van de Oude IJssel duikt in de geschreven historie in de late Middeleeuwen het kasteel Ulft op. Vermoedelijk ontleende dit kasteel de naam aan de familie Van Ulft waarvan de laatst getraceerde vrouwelijke telg, een zekere, Cristina omstreeks 1280 de burcht waarschijnlijk nog bewoonde. * Haar echtgenoot Evert van Heeckeren en haar nakomelingen, in feite dus Van Heeckerens, noemden zich Van Ulft. In 1453 droegen Frederik van Ulft c.s. het kasteel Ulft over aan Willem heer van den Bergh.

Bij gelegenheid van het aantreden van de diverse erfopvolgers en bij de transactie in 1453 zijn archiefstukken gevormd en overgeleverd die enig inzicht geven in de rechten die op het huis Ulft rustten en wie de rechthebbenden waren. * Zo is duidelijk dat het slot Ulft 'den toern ende borch mitten tween dyken ende getimmeren als dat mitter aelden ysselen bevest ende oick anders begraeven is' met enkele bijbehorende bezittingen door de hertog van Gelre in leen werd gegeven terwijl 'alle gerichten ind herelichheit' rustende op het erf van het kasteel en op enkele bijbehorende goederen door de bisschop van Keulen in leen werden gegeven.

Met andere woorden: het kasteel Ulft was rechtens een aparte heerlijkheid met een eigen rechtspraak. De heerlijke rechten waaronder ook de rechtspraak waren leenroerig aan de bisschop van Keulen. Dit betrof het erf van het kasteel (binnen de muren en de grachten) en enkele nader omschreven door Keulen in leen gegeven percelen.

In het omvangrijke archief van het Huis Bergh, dat sinds 1453 als eigenaar de scepter over het slot Ulft zwaaide en dat tevens de heerlijke rechten over Gendringen en Etten van de Keulse bisschop in leen had, zijn geen gegevens aangetroffen die aantonen dat Ulft als een aparte heerlijkheid werd bestuurd. Ook over het bestuur en uitoefening van de rechterlijke macht door de vorige eigenaren, de familie Van Ulft, is niets bekend. Er kan niet anders worden geconcludeerd dan dat Ulft door Bergh werd geïncorporeerd in de heerlijkheden Gendringen en Etten waarvoor Huis Bergh een richter had aangesteld. Het slot Ulft vervulde op het justitiële vlak wel een belangrijke functie: gearresteerde criminelen werden tot hun berechting door het gericht van de heerlijkeheden Gendringen en Etten in het kasteel in verzekerde bewaring gesteld. De galg en het rad op de Ulftse gerichtsplaats, op een rivierduin enkele honderden meters van het kasteel, voorzagen voor de heerlijkheden Gendringen en Etten in de ten uitvoerlegging van de zwaarste straffen.

Eerst rond 1600 kwam tegenover het kasteel Ulft, op de linkeroever van de Oude IJssel de naar de burcht genoemde woonkern tot ontwikkeling. De eerste huizen van het latere dorp Ulft werden in de omgeving van de tegenwoordige Waterstraat gebouwd. De volledigheid gebiedt te vermelden dat de buurtschappen Oer en de Pol, die in 1914 administratief met Ulft tot het dorp Ulft werden verenigd, in 1600 reeds sinds onheugelijke tijden bewoning kenden. Het kasteel Ulft dat door de Berghse eigenaren in de loop van de 15e en 16e eeuw tot een aanzienlijke burcht was uitgebouwd werd in de 17e en 18e eeuw geleidelijk gesloopt. Ter plaatse (Stokhorsterweg) resteert nog een met enkele woningen bebouwde heuvel waarin de ondergrondse overblijfselen van de burcht een beschermde status hebben.

Organisatie: Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

Geboorte document uit Burgerlijke Stand Gemeente Gendringen 1835.

Willem Aalders (dagloner) oud 31 jaren verklaart dat Wilhelmina Theodora Hendrica van de Sande, zijne huisvrouw oud een en dertig jaren op zaterdag den vierden der maand jullie een duizend  acht honderd vijf en dertig, des avonds ten zes uren in Oer binnen deze gemeente is bevallen van een kind van het vrouwelijk geslacht, waaraan de voornamen zijn gegeven van Anna Maria.

(Een der getuige kon niet schrijven.) 

Maak een Gratis Website met JouwWeb